SDMA bij hond en kat: wat betekent een verhoogde waarde?

Dierenarts bespreekt een nierbloedtest bij een oudere kat met haar eigenaar.

SDMA verschijnt steeds vaker op het bloedonderzoek van honden en katten. De waarde kan stijgen wanneer de nieren het bloed minder goed filteren en kan bij sommige dieren eerder veranderen dan creatinine. Dat maakt SDMA nuttig, maar niet onfeilbaar. Een enkele lichte verhoging bewijst geen chronische nierziekte en een normale waarde sluit iedere nierafwijking niet uit.

De dierenarts beoordeelt of de afwijking blijft bestaan, of je dier voldoende gehydrateerd is en wat andere bloed- en urinewaarden laten zien.

Wat is SDMA?

SDMA staat voor symmetrisch dimethylarginine. Het ontstaat bij de normale afbraak van gemethyleerde eiwitten in kernhoudende cellen. SDMA komt in de bloedbaan terecht en wordt hoofdzakelijk via de nieren verwijderd. Wanneer de glomerulaire filtratiesnelheid, of GFR, afneemt, kan de concentratie in het bloed stijgen.

SDMA is dus een indirecte marker van nierfiltratie. Het meet geen specifieke oorzaak en toont niet rechtstreeks hoeveel nierweefsel beschadigd is. SDMA wordt minder door spiermassa beïnvloed dan creatinine. Dat kan vooral nuttig zijn bij oude, magere of chronisch zieke dieren, bij wie creatinine door spierverlies relatief laag kan blijven.

Gebruik altijd het referentie-interval van het laboratorium dat de analyse uitvoerde. Meetmethoden en patiëntfactoren kunnen verschillen, waardoor één universele internetgrens geen veilige basis is voor conclusies.

Wat betekent een verhoogde SDMA-waarde?

Een verhoogde SDMA past vaak bij een afgenomen GFR. Dat kan verschillende oorzaken hebben:

  • tijdelijk verminderde doorbloeding van de nieren, bijvoorbeeld door uitdroging, vochtverlies, shock of een lage bloeddruk;
  • acute nierschade, onder meer door ziekte, een infectie, een toxische stof of een complicatie van medicatie;
  • chronische nierziekte, wanneer afwijkingen aanhouden en andere oorzaken zijn uitgesloten;
  • een probleem met de urineafvoer, zoals een obstructie van plasbuis of urineleider.

Dezelfde hoofdgroepen gelden bij een stijging van creatinine. Een hoge SDMA zegt dus niet automatisch “chronisch nierfalen”. Eerst moet duidelijk worden of de verandering blijvend is en of er een oorzaak vóór of na de nieren speelt.

Bij een klinisch stabiele hond of kat kan een aanhoudende stijging aanleiding zijn voor verder nieronderzoek, ook wanneer creatinine nog binnen het laboratoriuminterval valt. IRIS gebruikt SDMA samen met creatinine in de indeling van bevestigde, stabiele chronische nierziekte. Die stadiëring mag niet als losse diagnosetest worden gebruikt en past niet bij een snel veranderende acute situatie.

Wat betekent een lage SDMA-waarde?

Een lage SDMA heeft doorgaans geen zelfstandige klinische betekenis en wordt meestal niet als probleem behandeld. De waarde kan lager zijn wanneer de nierfiltratie verhoogd is. Bij katten met hyperthyreoïdie is dat bijvoorbeeld beschreven, maar een lage SDMA bewijst geen schildklierziekte en is geen geschikte screeningstest daarvoor.

Een technisch probleem kan de uitslag eveneens beïnvloeden. Volgens IRIS kan hemolyse, waarbij rode bloedcellen in het staal beschadigd raken, bij bepaalde SDMA-metingen een vals lage waarde veroorzaken. Wanneer een lage of normale SDMA niet past bij de klachten, creatinine of urine, kijkt de dierenarts dus verder in plaats van de nierfunctie automatisch normaal te noemen.

Wanneer is SDMA relevant?

SDMA kan deel uitmaken van een routinecontrole bij oudere honden en katten of worden bepaald wanneer een dier meer drinkt en plast, afvalt, slecht eet, braakt of minder actief is. De test kan ook helpen bij opvolging van een bekende nierziekte of wanneer spierverlies de interpretatie van creatinine bemoeilijkt.

Bij katten is chronische nierziekte een veelvoorkomende reden voor opvolging; lees meer over symptomen, diagnose en behandeling van chronische nierziekte bij katten. Voor honden vind je aanvullende context in nierziekten bij honden.

SDMA is geen vervanging voor lichamelijk onderzoek, urineanalyse of beeldvorming.

Hoe wordt SDMA samen met andere waarden geïnterpreteerd?

De belangrijkste combinaties zijn:

  • Creatinine: ook een indirecte marker van GFR, maar sterker afhankelijk van spiermassa. Beide waarden kunnen van elkaar afwijken.
  • Ureum: kan stijgen bij een lagere filtratie, maar ook door uitdroging, voeding, eiwitafbraak of een bloeding in het maagdarmkanaal.
  • Soortelijk gewicht van urine: laat zien of de nieren urine passend concentreren. Een onvoldoende geconcentreerde urine kan een nierprobleem ondersteunen, maar de betekenis verschilt tussen hond en kat en met de vochttoestand.
  • Urinesediment en kweek: kunnen aanwijzingen geven voor ontsteking, infectie, kristallen of andere afwijkingen.
  • Eiwit-creatinineratio in urine: helpt blijvend eiwitverlies via de nieren beoordelen.
  • Fosfaat, kalium en andere elektrolyten: kunnen veranderen naarmate nierziekte vordert of bij acute ziekte.
  • Bloeddruk en beeldvorming: kunnen complicaties of structurele afwijkingen aan het licht brengen.

Stijgende SDMA en creatinine met onvoldoende geconcentreerde urine wegen anders dan één licht verhoogde SDMA bij een dier met verder normale resultaten. Een trend kan belangrijker zijn dan één getal tegenover een populatie-interval.

Wat als SDMA en creatinine elkaar tegenspreken?

Dat komt voor. Een verhoogde SDMA met normale creatinine kan passen bij een vroege daling van GFR of bij een dier met weinig spiermassa. Het kan ook een tijdelijke of niet-bevestigde afwijking zijn. Een verhoogde creatinine met normale SDMA kan onder meer samenhangen met veel spiermassa, verschillen tussen meetmethoden of biologische variatie. Geen van beide combinaties levert op zichzelf de diagnose.

IRIS adviseert bij onverwachte of tegenstrijdige resultaten doorgaans herhaling nadat de klinische toestand en hydratatie zijn beoordeeld. Voor stadiëring moeten waarden stabiel zijn. Gebruik bij opvolging waar mogelijk dezelfde methode en hetzelfde laboratorium.

Belangrijke valkuilen

SDMA wordt soms voorgesteld als een eenvoudige “vroegtest” die nierziekte met zekerheid vindt. Onderzoek laat een genuanceerder beeld zien. De test kan gevoeliger zijn voor vroege veranderingen, maar een hogere gevoeligheid kan samengaan met minder specificiteit: ook dieren zonder bevestigde daling van GFR kunnen een afwijkende uitslag hebben. Daarnaast bestaan rasverschillen en biologische variatie.

Een normale SDMA sluit evenmin alle nierziekte uit. Sommige aandoeningen veroorzaken aanvankelijk eiwitverlies, structurele veranderingen of een probleem met afzonderlijke nierbuisfuncties zonder een duidelijk verminderde totale filtratie. Daarom blijven urineonderzoek, bloeddruk, beeldvorming en opvolging belangrijk.

Pas voeding of medicatie niet zelf aan vanwege één SDMA-uitslag. Een nierdieet is geen universele behandeling voor elk rood getal; de juiste keuze hangt af van diagnose, stadium, lichaamsconditie en andere bevindingen. Wil je meer lezen over aanvullende, nog niet routinematige markers, bekijk dan cystatine C en B bij hond en kat.

Wanneer is snelle hulp nodig?

Neem dezelfde dag contact op met een dierenarts wanneer je hond of kat plots veel meer of minder plast, nauwelijks eet, herhaaldelijk braakt, duidelijk uitdroogt of opvallend slap wordt. Zoek onmiddellijk spoedhulp als het dier niet kan plassen, herhaald perst zonder urine, instort, ernstige zwakte vertoont of mogelijk een nierschadelijke stof heeft opgenomen. Een bloedwaarde mag urgente beoordeling nooit vertragen.

Samengevat

SDMA is een nuttige indirecte marker van de nierfiltratie en wordt minder beïnvloed door spiermassa dan creatinine. Een verhoogde waarde kan passen bij verminderde doorbloeding, acute of chronische nierziekte of een obstructie, maar één resultaat stelt geen diagnose. Een lage SDMA heeft zelden zelfstandige betekenis. Het laboratoriuminterval, de gebruikte methode, herhaalde metingen, hydratatie, creatinine, ureum en volledig urineonderzoek bepalen samen hoe de uitslag moet worden gelezen.

Bronnen

Lees ook