Chronische nierziekte (CNZ, vaak aangeduid met de Engelse afkorting CKD) komt vooral voor bij oudere katten. In het begin zijn er soms nauwelijks klachten. Een vroege diagnose maakt het wel mogelijk om de kat gerichter te volgen, klachten te behandelen en de achteruitgang bij sommige katten af te remmen.
Medisch herzien op 2 oktober 2026.
Meer drinken of plassen betekent niet automatisch dat een kat nierziekte heeft. Ook onder meer diabetes en een te snel werkende schildklier kunnen zulke klachten veroorzaken. Laat veranderingen daarom onderzoeken in plaats van zelf een nierdieet of supplement te starten.
Wat is chronische nierziekte?
De nieren verwijderen afvalstoffen uit het bloed, regelen onder meer de vocht- en mineralenbalans, helpen de bloeddruk controleren en maken een hormoon dat nodig is voor de aanmaak van rode bloedcellen. Bij chronische nierziekte is er blijvende schade of functieverlies dat al minstens enkele maanden bestaat of naar verwachting blijvend is. De oudere term chronische nierinsufficiëntie wordt nog gebruikt, maar vroege nierziekte is niet hetzelfde als volledig nierfalen.
De aandoening is meestal progressief, maar het tempo verschilt sterk per kat. De oorzaak is lang niet altijd vast te stellen. Leeftijd is een belangrijke risicofactor. Aangeboren of erfelijke aandoeningen, zoals polycystische nierziekte bij bepaalde kattenlijnen, kunnen ook een rol spelen. Een plotselinge vergiftiging of obstructie veroorzaakt eerder acute nierschade, die later wel tot chronische schade kan leiden.
Welke signalen kun je opmerken?
In een vroeg stadium kan een kat zich nog normaal gedragen. Mogelijke veranderingen zijn:
- meer drinken en grotere of vaker natte plekken in de kattenbak;
- geleidelijk gewichts- en spierverlies;
- minder eetlust, kieskeurig eten of misselijkheid;
- braken, sloomheid of een doffe, onverzorgde vacht;
- uitdroging, verstopping of een onaangename adem in een verder gevorderd stadium.
Deze signalen zijn niet specifiek voor nierziekte. Een lichamelijk onderzoek in combinatie met bloed- en urineonderzoek is nodig om de oorzaak te achterhalen.
Wanneer moet je snel een dierenarts bellen?
Neem dezelfde dag contact op als een kat met bekende of vermoede nierziekte niet wil eten, herhaaldelijk braakt, opvallend suf of zwak wordt of snel uitdroogt. Plotseling blind lijken, gedesoriënteerd raken, instorten, moeite met ademen of nauwelijks tot niet plassen zijn spoedsignalen. Wacht dan niet op een geplande controle.
Hoe stelt de dierenarts de diagnose?
Er bestaat geen enkele test die op zichzelf de diagnose, ernst en prognose bepaalt. De dierenarts combineert de voorgeschiedenis en het lichamelijk onderzoek doorgaans met:
- bloedonderzoek, met onder andere creatinine, ureum, SDMA, fosfaat, kalium en rode bloedcellen;
- urineonderzoek, waaronder de concentratie van de urine, sediment en vaak de eiwit-creatinineverhouding;
- bloeddrukmeting, omdat hoge bloeddruk de ogen, hersenen, het hart en de nieren kan beschadigen;
- aanvullend onderzoek, zoals een urinekweek of echografie, wanneer de klachten of eerste uitslagen daar aanleiding toe geven.
Uitdroging, spiermassa, voeding en andere ziekten kunnen nierwaarden beïnvloeden. Daarom worden afwijkende bloed- en urinewaarden bij een stabiele, goed gehydrateerde kat vaak herhaald. Lees ook wat de ureumwaarde betekent en wat nieuwe markers zoals cystatine C en B wel en niet kunnen zeggen.
Wat betekent een IRIS-stadium?
Na de diagnose kan de dierenarts de ziekte indelen volgens het systeem van de International Renal Interest Society (IRIS). De vier stadia zijn gebaseerd op nierwaarden bij een stabiele patiënt. Daarna volgt een subindeling op basis van eiwitverlies via de urine en de bloeddruk. Het stadium helpt om behandeling en controles te plannen, maar is geen exacte voorspelling van de levensduur van één kat.
Hoe wordt chronische nierziekte behandeld?
Chronische nierschade kan meestal niet ongedaan worden gemaakt. De behandeling heeft als doel de levenskwaliteit te behouden, klachten en complicaties te behandelen en waar mogelijk de achteruitgang te vertragen. Het plan hangt af van het IRIS-stadium, de laboratoriumuitslagen, andere aandoeningen en vooral van hoe de kat zich voelt.
Nierdieet en voldoende eten
Een volledig therapeutisch nierdieet is een van de best onderbouwde maatregelen bij katten voor wie zo'n dieet is aangewezen. Het bevat onder meer aangepast fosfaat en eiwit, maar is niet hetzelfde als willekeurig eiwitarm voer. Schakel geleidelijk over en bespreek de keuze met de dierenarts. Het is belangrijker dat een kat eet dan dat zij door een te snelle voerwissel helemaal stopt met eten.
Hydratatie
Zet meerdere schone waterbakjes op rustige plaatsen. Natvoer kan de vochtopname verhogen als de kat dit graag eet. Een drinkfontein helpt sommige katten, maar niet alle. Onderhuidse of intraveneuze vloeistoftherapie is niet voor iedere kat nodig en moet op de individuele vochttoestand worden afgestemd. Dien thuis alleen vocht toe na instructie van de behandelend dierenarts.
Gerichte behandeling van complicaties
Afhankelijk van de bevindingen kan de dierenarts bijvoorbeeld hoge bloeddruk, eiwitverlies via de urine, misselijkheid, onvoldoende eetlust, een te hoog fosfaatgehalte, kaliumtekort, verzuring of bloedarmoede behandelen. Fosfaatbinders, kaliumsupplementen en middelen tegen bloedarmoede zijn dus geen standaardbehandeling voor elke kat. Ze hebben alleen een plaats wanneer onderzoek en opvolging daar aanleiding toe geven.
Dialyse en niertransplantatie zijn gespecialiseerde opties voor een kleine, zorgvuldig geselecteerde groep patiënten. Ze zijn niet hetzelfde als de gebruikelijke behandeling van chronische nierziekte. Lees meer over de afweging bij dialyse na een acute verslechtering.
Wat kun je thuis volgen?
Noteer veranderingen in eetlust, drinken, plassen, braken, activiteit en medicatie. Weeg de kat regelmatig op dezelfde weegschaal als dat zonder veel stress kan. Neem eerder contact op bij een duidelijke verandering; wacht niet automatisch tot de volgende controle. Forceer geen water of voeding in de bek en geef nooit humane pijnstillers of andere medicatie zonder overleg.
Controles en vooruitzichten
Bij controles beoordeelt de dierenarts niet alleen creatinine of één ander getal, maar ook gewicht en spiermassa, hydratatie, bloeddruk, urine, fosfaat, kalium, rode bloedcellen en het dagelijks functioneren. De frequentie hangt af van het stadium en de stabiliteit. Sommige katten blijven jarenlang stabiel, terwijl andere sneller achteruitgaan of een acute crisis boven op de chronische ziekte krijgen.
Kun je nierziekte voorkomen?
Niet elke vorm van chronische nierziekte is te voorkomen. Regelmatige gezondheidscontroles geven wel een betere kans om vroege veranderingen te herkennen; de actuele iCatCare-richtlijn adviseert screening vanaf ongeveer zeven jaar. Lees ook onze praktische aandachtspunten voor de senior kat. Zorg daarnaast voor normale, volledige kattenvoeding, toegang tot vers water en een gezond gewicht. Houd lelies, antivries, humane medicatie en andere mogelijke niergifstoffen buiten bereik. Geef een gezonde kat niet preventief een therapeutisch nierdieet zonder advies.