
Glucosesensoren bij honden en katten met diabetes: hoe werken ze en zijn ze beter dan een prik in het oor?
Diabetes mellitus is een chronische aandoening waarbij het lichaam onvoldoende insuline aanmaakt of gebruikt. Zowel honden als katten met diabetes hebben meestal levenslang een behandeling met insuline nodig. Om die behandeling veilig en doeltreffend te laten verlopen, moet de bloedsuikerspiegel regelmatig gecontroleerd worden.
De laatste jaren worden steeds vaker continue glucosesensoren gebruikt. Een recente studie toont aan dat de meeste eigenaars deze sensoren als gebruiksvriendelijk ervaren en zich dankzij de extra informatie zekerder voelen bij de verzorging van hun huisdier.
Maar hoe werkt zo’n glucosesensor precies? En is hij werkelijk beter dan de klassieke bloedsuikerprik?
Wat is een glucosesensor?
Een glucosesensor (Continuous Glucose Monitor of CGM) is een klein sensortje dat op de huid wordt bevestigd. Via een dun draadje net onder de huid meet het toestel voortdurend de glucoseconcentratie in het weefselvocht.
Bij honden en katten wordt hiervoor meestal een sensor gebruikt die oorspronkelijk voor mensen ontwikkeld werd, zoals de FreeStyle Libre.
De sensor blijft doorgaans één tot twee weken zitten en meet dag en nacht automatisch de glucosewaarden.
Waarom is het opvolgen van diabetes zo belangrijk?
Het doel van een diabetesbehandeling is niet om de bloedsuiker perfect constant te houden.
Wel wil de dierenarts:
- te hoge bloedsuikers vermijden;
- gevaarlijke hypoglycemieën voorkomen;
- de juiste insulinedosis bepalen;
- klachten zoals veel drinken, veel plassen en vermageren onder controle krijgen.
Daarvoor is betrouwbare informatie over de glucosewaarden nodig.
De klassieke methode: een bloedsuikercurve
Traditioneel gebeurt de opvolging door meerdere keren op één dag een druppel bloed af te nemen.
Bij honden gebeurt dat vaak uit de lip of het oor.
Bij katten kan dit eveneens uit het oor.
Hiermee wordt een zogenaamde bloedsuikercurve opgesteld.
Hoewel deze methode goed werkt, heeft ze enkele nadelen:
- meerdere prikken zijn nodig;
- sommige dieren ervaren stress;
- stress kan de bloedsuiker tijdelijk verhogen, vooral bij katten;
- tussen twee metingen kunnen belangrijke schommelingen onopgemerkt blijven.
Wat zijn de voordelen van een glucosesensor?
Een glucosesensor meet dag en nacht.
Daardoor krijgt de dierenarts veel meer informatie dan met enkele losse metingen.
Zo kan men zien:
- hoe snel de glucose stijgt na een maaltijd;
- wanneer de insuline het sterkst werkt;
- of er ’s nachts hypoglycemieën optreden;
- hoe groot de dagelijkse schommelingen zijn.
Bovendien hoeft het dier veel minder vaak geprikt te worden.
Wat zegt het nieuwste onderzoek?
In juli 2026 verscheen een studie waarin eigenaars van honden en katten met diabetes werden bevraagd over hun ervaringen met continue glucosemonitoring. Vrijwel alle deelnemers vonden het systeem eenvoudig in gebruik en gaven aan dat zij zich zekerder voelden bij de opvolging van hun huisdier. De mogelijkheid om thuis continu gegevens te verzamelen werd als een belangrijk voordeel ervaren.
Dat betekent echter niet dat een glucosesensor automatisch tot een betere gezondheid leidt.
De studie onderzocht vooral de ervaringen van eigenaars en niet of dieren daardoor langer leefden of minder complicaties ontwikkelden.
Is een glucosesensor altijd nauwkeurig?
Nee.
Een glucosesensor meet niet rechtstreeks in het bloed, maar in het vocht tussen de lichaamscellen.
Daardoor loopt de gemeten waarde meestal enkele minuten achter op de werkelijke bloedsuiker.
Dat is meestal geen probleem, maar bij zeer snel stijgende of dalende glucosewaarden kan er tijdelijk een verschil ontstaan.
Ook kunnen sensoren soms:
- loskomen;
- tijdelijk foutieve waarden geven;
- minder nauwkeurig zijn bij zeer lage glucosewaarden.
Daarom kan de dierenarts in sommige situaties toch nog een klassieke bloedmeting adviseren.
Is een glucosesensor geschikt voor iedere hond of kat?
Niet altijd.
Een glucosesensor kan bijzonder nuttig zijn:
- tijdens het instellen van een nieuwe diabetesbehandeling;
- wanneer de glucosewaarden sterk schommelen;
- bij moeilijk regelbare diabetes;
- wanneer een dier erg gestrest raakt van bloedafnames.
Bij dieren die al jarenlang stabiel gereguleerd zijn, is het voordeel soms beperkter.
De keuze gebeurt daarom altijd in overleg met de behandelende dierenarts.
Doet het plaatsen pijn?
De meeste honden en katten verdragen het plaatsen verrassend goed.
De sensor wordt met een speciaal hulpmiddel in één beweging aangebracht.
Sommige dieren merken er nauwelijks iets van.
Wel kan het nodig zijn om de sensor extra te beschermen met een verband of speciale kleefpleister, zeker bij actieve honden of katten die veel aan de sensor likken.
Kun je thuis zelf de insulinedosis aanpassen?
Nee.
Hoewel een glucosesensor veel gegevens verzamelt, mogen eigenaars de insulinedosis niet op eigen initiatief aanpassen.
Een te hoge dosis kan immers leiden tot een levensbedreigende hypoglycemie.
De meetgegevens moeten steeds samen met de klinische symptomen door de dierenarts beoordeeld worden.
Conclusie
Continue glucosemonitoring betekent een belangrijke vooruitgang in de opvolging van honden en katten met diabetes. Ze levert veel meer informatie op dan enkele losse bloedmetingen en wordt door de meeste eigenaars als comfortabel en gebruiksvriendelijk ervaren.
Toch is een glucosesensor geen wondermiddel. De metingen moeten correct geïnterpreteerd worden en vervangen de expertise van de dierenarts niet.
Voor veel diabetische huisdieren kan een glucosesensor de behandeling echter eenvoudiger, comfortabeler en nauwkeuriger maken.
Veelgestelde vragen
Hoe lang blijft een glucosesensor zitten?
Afhankelijk van het gebruikte systeem meestal 10 tot 14 dagen.
Mag mijn hond ermee zwemmen?
Dat hangt af van het type sensor. Kort contact met water is vaak mogelijk, maar langdurig zwemmen of intensief ravotten kan ervoor zorgen dat de sensor loskomt.
Kan mijn kat de sensor uittrekken?
Ja. Vooral katten likken of krabben soms aan de sensor. Daarom wordt deze vaak extra vastgezet met een beschermende pleister.
Is een glucosesensor beter dan een klassieke bloedsuikercurve?
Niet noodzakelijk. Beide technieken vullen elkaar aan. Een glucosesensor geeft veel meer informatie, maar klassieke bloedmetingen blijven soms nodig om de resultaten te bevestigen of bij twijfel over de nauwkeurigheid.
Bron
Dodig T, Stammeleer L, Brkljačić T, et al. Owners’ perspective on using a continuous glucose monitoring system with their diabetic pet. Journal of Small Animal Practice. Online gepubliceerd op 21 juli 2026.