PFAS, ook wel ‘eeuwige chemicaliën’ genoemd, werden in een nieuwe studie in het bloed van bijna alle onderzochte honden en katten aangetroffen. Dat klinkt onrustwekkend, maar de onderzoekers vonden na correctie voor leeftijd geen onafhankelijk verband tussen de gemeten PFAS en de onderzochte hormoonziekten. De uitslag bewijst evenmin dat PFAS onschadelijk zijn.
Wat hebben de onderzoekers gemeten?
De onderzoekers gebruikten eerder afgenomen bloedmonsters van 179 honden en 84 katten uit universitaire dierenklinieken in Italië en Nederland. Ze maten elf PFAS-verbindingen. Bij honden vergeleken ze gezonde dieren met dieren met onder meer de ziekte van Cushing, een bijschildklieraandoening of een bijniertumor. Bij katten ging het om gezonde katten en katten met een te snel werkende schildklier.
PFOS was meetbaar bij 99,5% van de honden en 99% van de katten. PFOA werd bij respectievelijk 68,5% en 96% gevonden. ‘Meetbaar’ zegt alleen dat de stof boven de detectiegrens van de test lag; het is op zichzelf geen diagnose of bewijs van schade.
Wat zegt de vergelijking over ziekte?
Een eenvoudige vergelijking tussen gezonde en zieke dieren liet voor sommige stoffen verschillen zien. De zieke dieren waren echter gemiddeld ouder. Toen de onderzoekers rekening hielden met leeftijd, was geen van de onderzochte PFAS afzonderlijk onafhankelijk gekoppeld aan de ziektegroepen. Ook vonden ze een zwak verband waarbij oudere dieren gemiddeld lagere totale gemeten PFAS-waarden hadden. Leeftijd kan dus een deel van de ruwe verschillen verklaren.
Dat betekent niet dat PFAS onmogelijk een gezondheidseffect hebben. Dit was een retrospectieve momentopname met relatief kleine gezonde vergelijkingsgroepen: 23 honden en 35 katten. De studie kan niet vaststellen hoeveel PFAS de dieren eerder in hun leven binnenkregen, waar de blootstelling precies vandaan kwam of of de stoffen later ziekte veroorzaken. Ze onderzocht bovendien slechts enkele hormoonziekten, geen algemene gezondheidseffecten.
Wat betekent dit voor jouw hond of kat?
Een PFAS-waarde uit deze studie is geen test waarmee je bij een individueel dier een hormoonziekte kunt aantonen of uitsluiten. Bij klachten zoals veel drinken, veranderde eetlust, gewichtsverlies of een veranderde vacht blijft een gewone dierenartscontrole met passend onderzoek belangrijk. Meer achtergrond over specifieke aandoeningen lees je bij bijnieronderzoek bij een oudere hond, bijnierafwijkingen bij hond en kat en te veel calcium door de bijschildklieren bij een kat. Deze studies beantwoorden elk een andere klinische vraag; ze tonen geen oorzaak door PFAS aan.
De nuchtere conclusie is dat blootstelling in deze onderzoeksgroep wijdverspreid was, terwijl een zelfstandig verband met de onderzochte hormoonziekten niet werd aangetoond. Voor uitspraken over risico en oorzaak zijn grotere onderzoeken nodig die dieren langere tijd volgen.
Wetenschappelijke bron: Bardhi A. et al., Frontiers in Veterinary Science (2026), An investigation of per- and polyfluoroalkyl concentrations in dogs and cats with endocrine disorders, DOI 10.3389/fvets.2026.1904721.
Lees ook
- de ziekte van Cushing
- bijnieronderzoek bij een oudere hond
- bijnierafwijkingen bij hond en kat
- te veel calcium door de bijschildklieren bij een kat