Bijniertumor bij een oudere hond: wat zegt een nieuwe bloedtest?

6 weergaven
Een oudere hond met grijze snuit staat rustig op de onderzoekstafel terwijl de dierenarts hem vriendelijk ondersteunt, met een echotoestel op de achtergrond.

Bij een echo van je oudere hond ziet de dierenarts onverwacht een verdikking bij de bijnier. Is het een tumor die hormonen afgeeft, en hoe kom je daarachter? Nieuw onderzoek keek of een extra bloedmarker bij dat onderscheid kan helpen. Het antwoord is voorlopig: soms, maar een normale uitslag stelt niet gerust genoeg.

Waarom is het type bijniertumor belangrijk?

De bijnieren liggen naast de nieren en maken verschillende hormonen. Een tumor kan ontstaan in de bijnierschors of in het binnenste deel van de bijnier. Een feochromocytoom in dat binnenste deel kan stresshormonen afgeven. Dat kan onder meer samengaan met een hoge bloeddruk, zwakte of een snelle hartslag, maar klachten kunnen ontbreken of wisselen. Ook een afwijking buiten de bijnier kan vergelijkbare hormonen produceren.

Niet iedere bijniermassa is hetzelfde als de ziekte van Cushing bij honden. De dierenarts beoordeelt daarom het hele beeld: klachten, bloeddruk, beeldvorming en zo nodig gericht hormoononderzoek. Een toevallig gevonden massa betekent ook niet automatisch dat je hond meteen een operatie nodig heeft.

Wat onderzocht de nieuwe studie?

De onderzoekers vergeleken opgeslagen bloedmonsters van 24 honden bij wie het tumortype na een operatie met weefselonderzoek was vastgesteld. Twaalf honden hadden een tumor die catecholamines kon produceren: elf feochromocytomen en één vergelijkbare tumor buiten de bijnier. De andere twaalf hadden een bijnierschorsgezwel.

Ze maten twee stukjes van het eiwit chromogranine A: vasostatine en catestatine. De mediane leeftijd was 10,5 jaar in de eerste groep en 11 jaar in de tweede. Dat maakt de vraag praktisch relevant voor seniorhonden. De studie onderzocht echter niet of de test bij oudere honden anders werkt dan bij jongere honden.

Wat leverde de bloedtest op?

Gemiddeld was de vasostatinewaarde hoger bij honden met een catecholamineproducerende tumor dan bij honden met een bijnierschorsgezwel. Toch overlapten de waarden sterk. Slechts vijf van de twaalf honden met zo'n hormoonproducerende tumor hadden een waarde boven het eerder bepaalde bereik van gezonde honden. Een normale vasostatinewaarde sluit een feochromocytoom dus niet uit.

Catestatine maakte in deze groep geen duidelijk onderscheid tussen de tumortypen. Bij zes honden met een catecholamineproducerende tumor was ook bloed na de operatie beschikbaar; die kleine vergelijking bewees niet dat vasostatine geschikt is om het succes van een operatie te volgen. Het gaat om een mogelijke aanvullende onderzoekstest, niet om een betrouwbaar beslissend antwoord voor je hond.

Wat betekenen de beperkingen voor jouw hond?

Alle onderzochte honden waren geopereerd en hadden een weefseldiagnose. Gezonde controlehonden werden niet tegelijk onderzocht; daarvoor gebruikten de onderzoekers eerder gepubliceerde waarden. De groepen waren klein en de analyse gebruikte lang bewaarde monsters. Daardoor weten we niet hoe goed deze meting werkt bij alle honden bij wie op een echo toevallig een bijniermassa wordt gevonden.

Een bijniermassa is bovendien iets anders dan een knobbel in of onder de huid. Het artikel over tumoren bij oudere honden geeft bredere achtergrond, maar kan het type bijnierafwijking bij jouw hond niet voorspellen.

Welke vragen kun je aan de dierenarts stellen?

Vraag wat de scan wel en niet laat zien, of de bloeddruk is gemeten en welke aanvullende onderzoeken zinvol zijn voor jouw hond. Bespreek ook bestaande aandoeningen, medicijnen en de mogelijke belasting van vervolgonderzoek of behandeling. Bij een oudere hond telt de algemene conditie mee in die afweging; lees bijvoorbeeld over levenskwaliteit bij een oude hond wanneer er moeilijke behandelkeuzes spelen.

Heeft je hond nieuwe klachten zoals plotselinge zwakte, instorten of duidelijk veranderd gedrag, neem dan contact op met je dierenarts. Voor klachten die geleidelijk ontstaan kunnen regelmatige gezondheidscontroles helpen om veranderingen op tijd te bespreken. Trek geen conclusie uit één experimentele bloedmarker en verander geen behandeling op eigen initiatief.

Wetenschappelijke bron: Prabert J. et al. Use of plasma chromogranin A epitopes vasostatin and catestatin as biomarkers for catecholamine-producing tumours in dogs. BMC Veterinary Research (2026). DOI: 10.1186/s12917-026-05996-6. De link naar de oorspronkelijke publicatie staat direct hieronder.

Lees ook

Bron

Bekijk de wetenschappelijke bron