Te veel calcium bij een oudere kat: wanneer spelen de bijschildklieren mee?

1 weergave
Oudere grijsbruine tijgerkat zit rustig op de onderzoekstafel terwijl een dierenarts voorzichtig zijn hals onderzoekt.

Een oudere kat die minder eet, braakt en weinig energie heeft, kan veel verschillende aandoeningen hebben. Soms brengt bloedonderzoek een onverwachte aanwijzing: te veel calcium. Een nieuw casusverslag beschrijft een 14-jarige kat bij wie twee zeldzame kwaadaardige bijschildkliertumoren de oorzaak bleken. Het verhaal laat vooral zien waarom aanvullend onderzoek nodig is; één geval voorspelt niet wat er bij een andere kat zal gebeuren.

Wat doen de bijschildklieren?

De bijschildklieren zijn kleine klieren die nauw tegen of in de schildklier in de hals liggen. Ze maken bijschildklierhormoon (PTH), dat helpt de calciumconcentratie in het bloed te regelen. Normaal wordt de hormoonafgifte afgeremd als er voldoende calcium aanwezig is. Bij primaire hyperparathyreoïdie kan een afwijkende bijschildklier toch te veel PTH blijven afgeven.

Schematische atlasillustratie van een grijsbruine kat en halsdoorsnede: twee schildklierlobben naast de luchtpijp met aan elke zijde een uitwendige en inwendige bijschildklier.
Schematische ligging van schildklier en bijschildklieren bij de kat. Grootte, kleuren en weefsellagen zijn vereenvoudigd; dit toont geen tumor of beeld van de beschreven patiënt. De precieze ligging van de kleine klieren varieert.

Een verhoogde calciumwaarde heeft meerdere mogelijke oorzaken. De uitslag alleen vertelt dus niet of de bijschildklieren de oorzaak zijn. In ons artikel over totaal en geïoniseerd calcium bij hond en kat lees je waarom ook de manier van meten ertoe doet.

Wat gebeurde er bij de kat in het onderzoek?

De beschreven kat was een 14-jarige gecastreerde Blauwe Rus. Hij at minder, was minder actief en braakte. Het geïoniseerde calcium was verhoogd tot 1,90 mmol/L; ook de PTH-concentratie was verhoogd. Echografie van de hals, CT en celonderzoek wezen op afwijkingen bij beide bijschildklieren. Voor de operatie konden deze onderzoeken niet met zekerheid zeggen of de afwijkingen kwaadaardig waren, of welke kant hoeveel hormoon produceerde.

De kat kreeg eerst behandeling in het dierenziekenhuis om de hoge calciumwaarde te stabiliseren. Daarna verwijderden chirurgen de afwijkingen. Weefselonderzoek na de operatie bevestigde aan beide zijden een goed gedifferentieerd bijschildkliercarcinoom. Dit is uitzonderlijk: het verslag gaat over één patiënt, niet over een veelvoorkomend patroon bij oudere katten.

Na de operatie daalde het calcium tijdelijk te ver. Dat vergde behandeling en opvolging. Op dag 161 na de operatie waren calcium en PTH binnen de referentiewaarden en toonde CT geen aantoonbaar lokaal herval of uitzaaiingen. Dat is geruststellend voor deze kat op dat meetmoment, maar zegt niets zekers over de langere termijn of de prognose van andere katten.

Wat betekent dit voor mijn oudere kat?

Minder eten, braken of sloomheid zijn niet specifiek voor een bijschildklierprobleem. Bij een senior kunnen bijvoorbeeld ook nierziekten een rol spelen; lees meer over chronische nierziekte bij katten. Laat aanhoudende klachten door een dierenarts beoordelen. Die kan bepalen welke bloed-, urine- of aanvullende onderzoeken passend zijn en of een verhoogd calcium herhaald of nader onderzocht moet worden.

Een gezondheidscontrole bij een oudere kat is een goed moment om veranderingen in eetlust, gewicht, drinken en gedrag te bespreken. De algemene zorg voor een senior kat helpt om zulke veranderingen thuis op te merken. De casus geeft geen reden om zelf calcium, vitamine D of andere middelen te geven of te stoppen.

Wetenschappelijke bron: Ock S, Kwon G, Lim J-h en Choi U. Primary Hyperparathyroidism in a Cat with Synchronous Bilateral Parathyroid Carcinomas: A Case Report. Frontiers in Veterinary Science, 2026. DOI: 10.3389/fvets.2026.1930590.

Lees ook

Bron

Bekijk de wetenschappelijke bron