Een oudere hond die ineens vaak naar buiten wil of een senior kat die naast de bak plast: is dat een blaasontsteking? Een urineonderzoek kan helpen, maar een positieve kweek vertelt niet op zichzelf waarom een dier klachten heeft. Een internationale groep dierenartsen heeft daarom nieuwe, nauwkeurige definities voor urinewegaandoeningen bij honden en katten afgesproken.
Een positieve urinekweek is nog geen diagnose
Bij een bacteriële blaasontsteking horen klachten die bij een ontstoken blaas passen én aanwijzingen dat bacteriën de oorzaak zijn. Denk aan vaak kleine beetjes plassen, persen, pijn bij het plassen of bloed in de urine. Zulke signalen wijzen op een probleem van de urinewegen, maar zijn niet specifiek voor een bacteriële infectie. Ook bijvoorbeeld blaasstenen kunnen klachten veroorzaken; lees de uitleg over blaasstenen bij de hond.
De nieuwe consensus maakt daarnaast onderscheid met subklinische bacteriurie: bacteriën worden in de urine aangetoond, terwijl er geen waarneembare klachten zijn die aan een urineweginfectie kunnen worden toegeschreven. Soms is de betekenis onduidelijk, bijvoorbeeld als een dier wel anders plast maar tegelijk een andere mogelijke verklaring heeft. Een dierenarts beoordeelt dan klachten, onderzoek en de manier waarop het urinemonster is afgenomen samen. De consensus stelt definities vast; ze schrijft geen behandeling voor.
Waarom is dit juist bij oudere dieren belangrijk?
Bij een senior hond of kat verdienen veranderingen in plasgedrag aandacht. Meer drinken en plassen kan bijvoorbeeld ook passen bij een ander gezondheidsprobleem. Moeilijker naar buiten gaan of de kattenbak bereiken kan bovendien het beeld vertroebelen. De publicatie onderzocht geen aparte groep oudere dieren en laat dus niet zien hoe vaak senioren werkelijk een infectie hebben of welke behandeling voor hen beter werkt.
Een positieve kweek mag daarom niet de enige basis zijn voor de conclusie “blaasontsteking”. Andersom betekent afwezigheid van een duidelijke klacht bij een ouder dier niet dat een eigenaar veranderingen moet negeren: bespreek nieuwe signalen tijdens een gezondheidscontrole. Bij een kat kan buiten de bak plassen meerdere medische en omgevingsredenen hebben; onze uitleg over FLUTD bij katten beschrijft andere oorzaken van lagere urinewegklachten.
Wat onderzoekt de dierenarts?
Vertel wanneer de verandering begon, hoe vaak je dier plast, of er nog normale hoeveelheden urine komen en of je bloed, persen of pijn ziet. Meld ook veranderingen in drinken, eetlust en activiteit en welke medicijnen je dier krijgt. De dierenarts kan op basis van het onderzoek bepalen of urineonderzoek, een kweek of aanvullend onderzoek nodig is. Een kweekuitslag wordt samen met de klachten en de kwaliteit van het monster geïnterpreteerd. Begin niet zelf met overgebleven antibiotica en verander voorgeschreven medicatie niet zonder overleg.
Kan je hond of kat ondanks herhaald persen geen urine produceren, laat het dier dan met spoed beoordelen. Vooral bij katten kan een blokkade levensbedreigend worden. De zorg voor een senior kat vraagt ook buiten acute situaties om aandacht voor subtiele veranderingen in dagelijkse gewoonten.
Wat toont het onderzoek wel en niet?
De onderzoekers gebruikten vier rondes van een aangepaste Delphi-methode. Daaraan namen achtereenvolgens 19, 16, 90 en 52 experts en andere betrokkenen deel. Zij bereikten overeenstemming over 29 termen en definities en één reeks grenswaarden. Daarmee kunnen dierenartsen en onderzoekers helderder onderscheiden tussen onder meer blaasontsteking, terugkerende infectie, nierbekkenontsteking en bacteriën in urine zonder passende klachten.
Dit was geen proef met patiënten of antibiotica. De publicatie bewijst niet dat een nieuwe test of behandeling beter is en geeft geen leeftijdsspecifieke uitkomsten. Voor een eigenaar is de praktische les: beschrijf wat er thuis verandert en laat een uitslag altijd in de context van je dier beoordelen.
Wetenschappelijke bron: Weese en collega's, Journal of Small Animal Practice (2026).