FLUTD (feline lower urinary tract disease) is geen afzonderlijke ziekte, maar een verzamelnaam voor aandoeningen van blaas en urinebuis bij katten. De juiste behandeling hangt af van de oorzaak. Een kat die niet of nauwelijks kan plassen, heeft altijd met spoed diergeneeskundige hulp nodig.

Mogelijke oorzaken
Bij vooral jonge en middelbare katten is idiopathische blaasontsteking — een pijnlijke ontsteking zonder aantoonbare infectie — een veelvoorkomende oorzaak. Andere mogelijkheden zijn blaasgruis of -stenen, een urinewegverstopping, anatomische afwijkingen en, vooral bij oudere katten of dieren met een andere aandoening, een bacteriële infectie. Stress, weinig drinken, overgewicht en een weinig stimulerende leefomgeving kunnen het risico op bepaalde vormen verhogen.
Hoe herken je FLUTD?
- vaak naar de kattenbak gaan en telkens kleine beetjes plassen;
- persen, miauwen of zichtbaar pijn hebben bij het plassen;
- bloed in de urine of plassen buiten de bak;
- veel likken aan de geslachtsstreek;
- onrust, zich verstoppen of minder eten.
Spoed: perst je kat maar komt er geen normale urinestraal, of wordt hij sloom, misselijk of braakt hij? Bel dan onmiddellijk een dierenarts. Een volledige verstopping komt vooral bij katers voor en kan snel levensbedreigend worden. Wacht niet tot de volgende dag en druk niet zelf op de buik.
Onderzoek en behandeling
De dierenarts onderzoekt de blaas en kan urineonderzoek, een kweek, bloedonderzoek, röntgenfoto’s of echografie adviseren. Antibiotica zijn alleen aangewezen wanneer een bacteriële infectie aannemelijk of aangetoond is; ze helpen niet tegen idiopathische blaasontsteking. Een kat met een verstopping moet doorgaans worden gestabiliseerd en de urinebuis moet worden vrijgemaakt. Dit is niet iets wat dieetvoeding acuut kan oplossen.
Afhankelijk van de diagnose kunnen pijnstilling, meer vochtinname, aangepaste voeding, stressreductie of een operatie nodig zijn. Sommige struvietstenen kunnen met een voorgeschreven dieet oplossen, maar andere stenen niet. Verander daarom niet op eigen houtje van voeding.
Terugkeer helpen voorkomen
Stimuleer drinken met meerdere waterpunten en eventueel natvoeding, bied voldoende schone kattenbakken op rustige plaatsen aan en zorg voor schuilplekken, spel en voorspelbaarheid. Bij terugkerende klachten is een persoonlijk plan met je dierenarts belangrijk.