Feline infectieuze peritonitis, beter bekend als FIP, gold jarenlang als een van de meest gevreesde diagnoses bij katten. Zodra de ziekte voldoende zeker was vastgesteld, waren er nauwelijks doeltreffende behandelingsmogelijkheden en werd vaak euthanasie geadviseerd.
Dat beeld is fundamenteel veranderd.
Dankzij antivirale geneesmiddelen kunnen tegenwoordig veel katten met FIP herstellen. Volgens de in april 2026 gepubliceerde richtlijn van de European Advisory Board on Cat Diseases is FIP inmiddels een behandelbare en vaak geneesbare ziekte. Bij behandeling met het antivirale middel GS-441524 worden in verschillende studies succespercentages van meer dan 90% gerapporteerd.
Dat betekent niet dat iedere kat automatisch geneest. Een snelle diagnose, de juiste medicatie, een aangepaste dosering en een goede medische opvolging blijven essentieel.
Wat is FIP?
FIP staat voor feline infectieuze peritonitis. De ziekte ontstaat na een infectie met het feliene coronavirus, afgekort FCoV.
Dit feliene coronavirus komt veel voor, vooral op plaatsen waar meerdere katten samenleven, zoals:
- catteries;
- asielen;
- pensions;
- huishoudens met meerdere katten.
De meeste katten die met het feliene coronavirus besmet raken, ontwikkelen hoogstens milde diarree of vertonen helemaal geen symptomen.
Bij een klein aantal katten verandert het virus echter in het lichaam. Het gemuteerde virus kan bepaalde afweercellen binnendringen en een ernstige ontstekingsreactie veroorzaken. Die ontsteking kan bloedvaten en verschillende organen aantasten.
Het is dus belangrijk om een onderscheid te maken:
Een besmetting met het feliene coronavirus betekent niet dat een kat FIP heeft of later zeker FIP zal ontwikkelen.
Is FIP besmettelijk?
Het gewone feliene coronavirus kan gemakkelijk tussen katten worden overgedragen, vooral via ontlasting en gedeelde kattenbakken.
De vorm van het virus die in het lichaam van een individuele kat tot FIP leidt, wordt doorgaans niet rechtstreeks als FIP van kat tot kat overgedragen. Katten in hetzelfde huishouden kunnen wel allemaal aan het oorspronkelijke feliene coronavirus zijn blootgesteld.
Wanneer één kat FIP ontwikkelt, betekent dit dus niet automatisch dat de andere katten eveneens FIP zullen krijgen.
Welke katten lopen meer risico op FIP?
FIP wordt vooral gezien bij jonge katten. In een recente Nederlandse studie was bijna 90% van de behandelde katten jonger dan twee jaar. De ziekte kan echter ook bij volwassen en oudere katten voorkomen.
Het risico lijkt onder meer hoger bij:
- kittens en jonge katten;
- katten die met veel andere katten samenleven;
- katten die recent naar een nieuw huis verhuisden;
- katten die kort voordien stress of een andere ziekte doormaakten;
- bepaalde raskatten en katten uit dichtbevolkte fokomgevingen.
Geen van deze factoren bewijst op zichzelf dat een kat FIP heeft.
Wat zijn de symptomen van FIP?
FIP kan zich op verschillende manieren uiten. De symptomen hangen af van de organen die zijn aangetast.
Vaak voorkomende algemene verschijnselen zijn:
- aanhoudende of terugkerende koorts;
- verminderde eetlust;
- vermageren;
- lusteloosheid;
- een doffe vacht;
- groeiachterstand bij jonge katten;
- bleke slijmvliezen;
- uitdroging.
Traditioneel werd een onderscheid gemaakt tussen “natte” en “droge” FIP. In werkelijkheid kunnen de verschillende ziektebeelden in elkaar overlopen of tegelijkertijd voorkomen.
Wat is natte FIP?
Bij de zogenaamde natte of effusieve FIP hoopt zich vocht op in de buikholte of borstkas.
Vocht in de buik kan leiden tot:
- een steeds dikkere of ronde buik;
- vermagering terwijl de buikomvang toeneemt;
- ongemak;
- verminderde eetlust.
Vocht in de borstkas kan leiden tot:
- snelle ademhaling;
- oppervlakkige ademhaling;
- benauwdheid;
- ademen met open bek;
- minder willen bewegen.
Een kat die benauwd is of met open bek ademt, moet onmiddellijk door een dierenarts worden onderzocht.
Wat is droge FIP?
Bij droge of niet-effusieve FIP is er weinig of geen vrij vocht aanwezig. In plaats daarvan kunnen ontstekingshaarden ontstaan in verschillende organen, waaronder:
- lever;
- nieren;
- darmen;
- lymfeklieren;
- ogen;
- hersenen;
- ruggenmerg.
De symptomen zijn daardoor vaak minder typisch en kunnen lijken op die van andere ziekten.
Wat zijn de symptomen van neurologische FIP?
Wanneer het zenuwstelsel wordt aangetast, kan een kat onder meer last krijgen van:
- wankel lopen;
- zwakte;
- trillen;
- het hoofd scheef houden;
- ongecontroleerde oogbewegingen;
- veranderd gedrag;
- problemen met springen;
- verlamming;
- epileptische aanvallen.
Neurologische FIP is doorgaans moeilijker te behandelen. Vaak is een hogere dosis van de antivirale medicatie nodig en kan de prognose minder gunstig zijn dan bij sommige andere vormen van FIP.
In een Nederlandse studie met 127 behandelde katten bedroeg de overleving bij neurologische FIP 60%, tegenover 100% bij katten met uitsluitend oogaantasting. Die percentages mogen niet rechtstreeks op iedere individuele kat worden toegepast, maar illustreren wel dat de vorm en ernst van de ziekte de prognose beïnvloeden.
Kan FIP de ogen aantasten?
Ja. Bij oculaire FIP kunnen ontstekingen ontstaan in verschillende delen van het oog.
Mogelijke verschijnselen zijn:
- roodheid van het oog;
- een troebel oog;
- kleurverandering van de iris;
- een onregelmatige pupil;
- verminderd zicht;
- bloed of ontstekingsmateriaal in het oog;
- pijn of knijpen met het oog.
Oogafwijkingen kunnen soms een van de eerste duidelijke tekenen van FIP zijn.
Hoe wordt FIP vastgesteld?
Er bestaat niet altijd één eenvoudige test waarmee FIP met volledige zekerheid kan worden bevestigd.
De diagnose wordt meestal gesteld door verschillende gegevens te combineren:
- de leeftijd en voorgeschiedenis van de kat;
- de aanwezige symptomen;
- lichamelijk onderzoek;
- bloedonderzoek;
- echografie of röntgenonderzoek;
- onderzoek van vocht uit buik of borstkas;
- cytologisch onderzoek;
- PCR-onderzoek;
- eventueel weefselonderzoek.
Typische bloedafwijkingen kunnen onder meer bestaan uit:
- bloedarmoede;
- een verhoogd totaal eiwit;
- een verhoogde hoeveelheid globulinen;
- een verlaagde hoeveelheid albumine;
- een lage albumine-globulineratio;
- een verhoogd bilirubine;
- veranderingen in witte bloedcellen.
Geen van deze afwijkingen bewijst afzonderlijk dat een kat FIP heeft.
Betekent een positieve coronavirustest dat een kat FIP heeft?
Nee.
Veel gezonde katten komen ooit in contact met het feliene coronavirus. Een positieve antistoffentest of een positieve PCR-test op ontlasting toont daarom meestal alleen aan dat de kat met het virus in aanraking kwam of het virus uitscheidt.
Dat is niet hetzelfde als de diagnose FIP.
De plaats waar het onderzochte materiaal vandaan komt, is belangrijk. Het onderzoeken van buik- of borstvocht, cellen uit aangetaste organen of weefsel kan veel meer diagnostische waarde hebben dan alleen een test op bloed of ontlasting.
Hoe wordt FIP tegenwoordig behandeld?
De behandeling bestaat hoofdzakelijk uit antivirale middelen die de vermenigvuldiging van het virus remmen.
Volgens de Europese richtlijn is GS-441524 momenteel het meest uitgebreid onderzochte antivirale geneesmiddel voor FIP. In gepubliceerde studies liggen de behandelingsresultaten vaak boven 90%, hoewel het succes afhangt van de toestand van de kat, de vorm van FIP, de gebruikte dosis en de kwaliteit van de opvolging.
Andere middelen die in de richtlijn worden besproken, zijn onder meer:
- remdesivir;
- molnupiravir;
- EIDD-1931;
- bepaalde proteaseremmers.
Deze middelen zijn niet allemaal even uitgebreid onderzocht en zijn niet in ieder land op dezelfde manier beschikbaar.
Wat is GS-441524?
GS-441524 is een antiviraal nucleoside-analoog. Het middel wordt in virusgeïnfecteerde cellen omgezet in een actieve vorm die de productie van nieuw viraal erfelijk materiaal belemmert.
Daardoor kan het virus zich minder goed vermenigvuldigen en krijgt het lichaam de kans om de ontstekingsreactie onder controle te krijgen.
GS-441524 wordt meestal via de mond toegediend.
De exacte dosis hangt onder meer af van:
- het lichaamsgewicht;
- de ernst van de ziekte;
- aantasting van de ogen;
- neurologische symptomen;
- de reactie op de behandeling.
De dosering mag alleen door een dierenarts worden bepaald en opgevolgd.
Wanneer wordt remdesivir gebruikt?
Remdesivir is een verwant antiviraal middel dat in het lichaam wordt omgezet in GS-441524.
Volgens de nieuwe richtlijn wordt het vooral gebruikt bij ernstig zieke katten die nog niet goed kunnen eten of geen orale medicatie kunnen innemen. Zodra de toestand het toelaat, wordt meestal overgeschakeld op een geneesmiddel via de mond.
Een kat met ernstige FIP kan daarnaast tijdelijk intensieve ondersteunende zorg nodig hebben, zoals:
- vochttherapie;
- medicatie tegen misselijkheid;
- voedingsondersteuning;
- pijnstilling;
- zuurstof;
- behandeling van bloedarmoede;
- verwijdering van vocht uit de borstkas bij ernstige benauwdheid.
Hoe lang duurt een behandeling tegen FIP?
Lange tijd werd vrijwel standaard een behandelingsduur van 84 dagen, oftewel twaalf weken, aangehouden.
De Europese richtlijn vermeldt dat nieuw onderzoek erop wijst dat een kuur van 42 dagen bij geselecteerde katten mogelijk even doeltreffend kan zijn. Dat betekent echter niet dat iedere kat voortaan maar zes weken behandeld hoeft te worden.
De geschikte behandelingsduur hangt onder meer af van:
- de vorm van FIP;
- de ernst van de ziekte;
- de snelheid waarmee de kat herstelt;
- de evolutie van de bloedwaarden;
- de gebruikte medicatie;
- eventuele oog- of neurologische afwijkingen.
Stop de medicatie daarom nooit omdat de kat zich na enkele dagen alweer beter lijkt te voelen.
Hoe snel moet een kat verbeteren?
Bij een goede reactie op de behandeling kunnen sommige veranderingen opvallend snel optreden.
Binnen enkele dagen kunnen onder meer verbeteren:
- koorts;
- eetlust;
- alertheid;
- activiteit;
- algemeen comfort.
Vochtophoping kan geleidelijk afnemen. Bloedwaarden en gewichtsverlies hebben vaak meer tijd nodig om te herstellen.
In de Nederlandse multicenterstudie trad klinische verbetering doorgaans snel op, terwijl afwijkende laboratoriumwaarden langzamer normaliseerden.
Wanneer een kat niet duidelijk verbetert, moet de dierenarts onder meer nagaan of:
- de diagnose correct is;
- de dosis voldoende hoog is;
- de medicatie goed wordt opgenomen;
- de kat neurologische of oculaire FIP heeft;
- er een andere ziekte meespeelt;
- het gebruikte product werkelijk de opgegeven hoeveelheid werkzame stof bevat.
Waarom worden illegale FIP-middelen afgeraden?
Toen er nog geen legale behandelingsmogelijkheden beschikbaar waren, probeerden veel eigenaars via online groepen en buitenlandse leveranciers aan GS-441524 te komen.
Deze producten hebben het leven van veel katten gered, maar er zijn belangrijke risico’s verbonden aan ongereguleerde medicatie:
- de werkelijke dosis kan afwijken van wat op de verpakking staat;
- het product kan verontreinigd zijn;
- bewaring en stabiliteit zijn onzeker;
- er is geen betrouwbare bijsluiter;
- medische begeleiding kan ontbreken;
- bijwerkingen en behandelingsproblemen worden mogelijk niet correct opgevolgd.
Onderzoek heeft aangetoond dat ongereguleerde producten soms aanzienlijk meer of minder GS-441524 bevatten dan wordt vermeld. De nieuwe richtlijn geeft daarom de voorkeur aan een legale, kwaliteitsgecontroleerde behandeling onder toezicht van een dierenarts.
De wettelijke beschikbaarheid verschilt per land en kan veranderen. Bespreek daarom met de behandelende dierenarts welke mogelijkheden op dat moment beschikbaar zijn.
Kunnen katten hervallen na de behandeling?
Ja, maar bij een succesvolle en correct uitgevoerde behandeling komt herval relatief weinig voor.
Een herval treedt meestal op tijdens de behandeling of in de eerste weken tot maanden na het stoppen.
Mogelijke tekenen zijn:
- opnieuw koorts;
- minder eten;
- vermageren;
- opnieuw vochtophoping;
- terugkerende oogafwijkingen;
- neurologische symptomen;
- toenemende lusteloosheid.
Bij een vermoedelijk herval moet snel contact worden opgenomen met de dierenarts. Soms is een nieuwe behandeling met een hogere dosis of een ander middel nodig.
Welke controles zijn nodig tijdens de behandeling?
De dierenarts zal de kat regelmatig willen controleren.
Daarbij kunnen onder meer worden opgevolgd:
- lichaamsgewicht;
- temperatuur;
- eetlust;
- activiteit;
- vochtophoping;
- neurologische symptomen;
- oogafwijkingen;
- rode en witte bloedcellen;
- lever- en nierwaarden;
- bilirubine;
- albumine;
- globulinen;
- albumine-globulineratio.
Omdat de dosis vaak op het lichaamsgewicht wordt berekend, is regelmatig wegen bijzonder belangrijk. Een jonge kat kan tijdens het herstel snel bijkomen en daardoor een aangepaste dosis nodig hebben.
Welke bijwerkingen kunnen voorkomen?
GS-441524 wordt over het algemeen goed verdragen.
In de Nederlandse studie waren de meest gemelde bijwerkingen:
- braken;
- diarree.
Deze klachten waren meestal mild en tijdelijk.
Ook veranderingen in lever- of nierwaarden kunnen voorkomen. Daarom blijft bloedonderzoek tijdens de behandeling belangrijk.
Bij injecteerbare middelen kunnen pijn en huidreacties op de injectieplaats optreden.
Wat is de prognose van een kat met FIP?
De prognose is tegenwoordig veel beter dan enkele jaren geleden.
Volgens de nieuwe Europese richtlijn worden bij behandeling met GS-441524 vaak succespercentages van meer dan 90% gemeld.
Niet iedere studie vindt even hoge cijfers. In een prospectieve Nederlandse studie met 127 katten bedroeg de totale overleving 78%. De onderzoekers behandelden ook ernstig zieke katten en katten met neurologische FIP, waardoor de resultaten niet rechtstreeks met iedere andere studie kunnen worden vergeleken.
De prognose hangt onder meer af van:
- hoe ziek de kat bij de start is;
- welke organen zijn aangetast;
- aanwezigheid van neurologische symptomen;
- aanwezigheid van geelzucht;
- nierfunctie;
- snelheid van reageren op de behandeling;
- correcte dosering;
- kwaliteit van de medicatie;
- medische opvolging.
Een gevorderde ziekte betekent niet automatisch dat behandeling onmogelijk is, maar vroeg starten vergroot doorgaans de kans op herstel.
Is een kat na genezing volledig gezond?
Veel katten die succesvol behandeld zijn, kunnen daarna opnieuw een normaal en goed leven leiden.
Sommige katten houden restletsels over, vooral wanneer het zenuwstelsel of de ogen ernstig werden aangetast. Bij andere katten kunnen nog enige tijd afwijkende bloedwaarden zichtbaar blijven.
Een kat die klinisch hersteld is, hoeft normaal gesproken niet levenslang antivirale medicatie te blijven gebruiken.
Kan FIP worden voorkomen?
Er bestaat geen eenvoudige manier om FIP volledig te voorkomen.
Het risico kan mogelijk worden beperkt door:
- overbevolking te vermijden;
- kattenbakken goed schoon te houden;
- voldoende kattenbakken te voorzien;
- stress te beperken;
- groepen katten klein en stabiel te houden;
- kittens niet onnodig vroeg te verplaatsen;
- zieke katten tijdig te laten onderzoeken.
Omdat het gewone feliene coronavirus zo wijdverspreid is, is volledige uitsluiting ervan in een huishouden met meerdere katten vaak niet haalbaar.
Wanneer moet je naar de dierenarts?
Laat een kat snel onderzoeken wanneer zij:
- meerdere dagen koorts heeft;
- niet of nauwelijks eet;
- duidelijk vermagert;
- steeds lustelozer wordt;
- een dikke buik ontwikkelt;
- benauwd ademt;
- geel wordt;
- plots wankel of neurologisch afwijkend loopt;
- ontstoken of verkleurde ogen krijgt.
FIP kan sterk op andere ziekten lijken. Het is daarom niet verantwoord om de diagnose zelf te stellen of op eigen initiatief antivirale medicatie te bestellen.
Conclusie
FIP was jarenlang vrijwel altijd dodelijk, maar dat is niet langer het volledige verhaal.
De nieuwe Europese richtlijn bevestigt dat FIP tegenwoordig in veel gevallen succesvol kan worden behandeld. GS-441524 is momenteel het best onderzochte antivirale middel en behandelingssuccessen van meer dan 90% zijn mogelijk.
Toch blijft FIP een ernstige en complexe ziekte. Niet iedere kat reageert hetzelfde, de diagnose is niet altijd eenvoudig en vooral neurologische of zeer gevorderde ziekte kan moeilijker te behandelen zijn.
De belangrijkste boodschap voor eigenaars is daarom:
Een diagnose van FIP betekent niet langer automatisch dat euthanasie de enige mogelijkheid is. Vraag zo snel mogelijk naar een legale, professioneel begeleide antivirale behandeling.
Veelgestelde vragen
Is FIP altijd dodelijk?
Zonder doeltreffende antivirale behandeling is FIP meestal dodelijk. Met de huidige antivirale middelen kunnen veel katten echter volledig herstellen.
Is iedere kat met coronavirus besmet met FIP?
Nee. Veel katten worden met het gewone feliene coronavirus besmet, maar slechts een klein deel ontwikkelt FIP.
Kunnen andere katten in huis FIP krijgen?
Andere katten kunnen al aan het gewone feliene coronavirus zijn blootgesteld. FIP zelf wordt doorgaans niet rechtstreeks als ziekte van de ene kat op de andere overgedragen.
Hoe lang duurt de behandeling?
Historisch werd meestal twaalf weken behandeld. Bij geselecteerde katten kan volgens nieuw onderzoek mogelijk een kortere behandeling volstaan. De dierenarts bepaalt de duur op basis van de ziekte en de reactie op de medicatie.
Kan een kat tijdens de behandeling al snel opknappen?
Ja. Koorts, eetlust en activiteit kunnen binnen enkele dagen verbeteren. Dat betekent niet dat de medicatie al mag worden gestopt.
Mag ik zelf GS-441524 online bestellen?
Ongereguleerde producten kunnen een onjuiste dosis of onbekende samenstelling hebben. Een kwaliteitsgecontroleerde behandeling via een dierenarts is veiliger.
Kan FIP terugkomen?
Een herval is mogelijk, vooral tijdens of kort na de behandeling. Daarom zijn controles tijdens en na de kuur belangrijk.
Is behandeling ook mogelijk bij neurologische FIP?
Ja, maar neurologische FIP vereist vaak een aangepaste of hogere dosering en heeft gemiddeld een voorzichtiger prognose.
Lees ook
- Diarree bij katten
- Vaccinatie van katten
- Heeft mijn kat stress? Oorzaken, signalen en wat je kunt doen 🐾
- Hoeveel kattenbakken moet je in huis hebben?