Erytrocyten (RBC) bij hond en kat: te hoog of te laag

5 weergaven
Een laboratoriummedewerker in blauwe werkkleding bekijkt een bloeduitstrijkje onder de microscoop; ernaast staan een gesloten paars bloedbuisje en een hematologie-analyzer, met een kat achter een glazen scheidingswand.

Op de bloeduitslag van je hond of kat staat soms RBC, de Engelse afkorting voor rode bloedcellen, of de naam erytrocyten. Een pijltje naast dat getal betekent dat de telling buiten het laboratoriuminterval valt. Het vertelt nog niet waarom. Daarvoor kijkt de dierenarts onder meer naar de grootte en inhoud van de cellen, de vochtbalans en de klachten.

Wat meet de waarde?

Erytrocyten vervoeren zuurstof met behulp van hemoglobine. Ze worden in het beenmerg gemaakt. Het hormoon erytropoëtine, vooral afkomstig uit de nieren, stimuleert die aanmaak. Een RBC-bepaling telt hoeveel rode bloedcellen aanwezig zijn in een bepaald volume volbloed. Het is dus een concentratie, geen telling van alle rode bloedcellen in het lichaam.

De eenheid kan miljoen cellen per microliter zijn, ook geschreven als 10⁶/µL, of 10¹²/L. Die twee notaties geven dezelfde getalswaarde. Vergelijk RBC niet rechtstreeks met een percentage hematocriet of met de concentratie hemoglobine: het zijn verschillende metingen.

Een automatische hematologie-analyzer telt cellen via elektrische weerstandsveranderingen of met laserlicht. De ingestelde diersoort en gebruikte techniek zijn relevant. Een microscopisch bloeduitstrijkje toont daarnaast hoe cellen eruitzien en of de automatische telling geloofwaardig is.

Welk interval hoort bij jouw dier?

Gebruik de eenheid en het referentie-interval op het eigen verslag, voor de juiste diersoort en methode. Hond en kat zijn onderling niet uitwisselbaar. Ook leeftijd en ras kunnen meespelen; sommige windhonden hebben bijvoorbeeld van nature hogere rodebloedcelwaarden.

Een kleine afwijking bewijst geen ziekte. Een uitslag binnen het interval sluit ziekte evenmin uit. Eerdere metingen van hetzelfde dier zijn nuttig, liefst uit hetzelfde laboratorium onder vergelijkbare omstandigheden. Lees hierover ook de uitleg over referentiewaarden van het laboratorium.

Wat betekent een hoge uitslag?

Een verhoogde rodebloedcelwaarde wordt erytrocytose genoemd. Vaak gaat het om relatieve concentratie: door verlies van plasmawater zitten er per microliter meer cellen, zonder dat de totale rodebloedcelmassa is toegenomen. Uitdroging bij braken of diarree is een mogelijke verklaring. Eiwitwaarden en het lichamelijk onderzoek helpen dat beoordelen.

Angst of opwinding kan tijdelijk opgeslagen cellen uit de milt vrijmaken. Bij honden en katten is dit doorgaans een beperkter effect dan bij paarden. Een aanhoudend hoge telling zomaar aan stress toeschrijven is daarom niet verstandig.

Bij absolute erytrocytose maakt het lichaam werkelijk meer rode bloedcellen. Dat kan een reactie zijn op langdurig zuurstoftekort bij bepaalde hart- of longaandoeningen. Soms zorgt een nierafwijking of tumor voor ongepaste stimulatie van de aanmaak. Een zelfstandige beenmergaandoening is een zeldzamere mogelijkheid. Een hoge RBC-uitslag maakt geen onderscheid tussen deze oorzaken; daarvoor zijn aanvullende controles nodig.

Wat betekent een lage uitslag?

Een lage telling kan passen bij bloedarmoede, vooral wanneer hemoglobine en hematocriet eveneens verlaagd zijn. De drie grote mechanismen zijn bloedverlies, versnelde afbraak en onvoldoende aanmaak van rode bloedcellen. Bloedverlies kan zichtbaar zijn, maar ook verborgen in maag, darm of een lichaamsholte plaatsvinden.

Versnelde afbraak heet hemolyse. Onder meer afweerreacties, bepaalde infecties of schadelijke stoffen kunnen cellen aantasten. Bij onvoldoende aanmaak denkt de dierenarts onder andere aan chronische ontsteking, nierziekte of een probleem in het beenmerg. Bij chronische nierziekte bij katten kan onvoldoende erytropoëtine bijdragen, maar meerdere processen kunnen tegelijk aanwezig zijn.

Een lage concentratie betekent niet altijd dat veel cellen verdwenen zijn. Verdunning na vochttoediening kan de uitslag verlagen. Omgekeerd kan uitdroging een bestaande bloedarmoede gedeeltelijk verbergen. De dierenarts beoordeelt daarom ook wanneer het bloed werd afgenomen ten opzichte van ziekte en behandeling.

Wanneer is de test relevant?

RBC maakt meestal deel uit van een volledig bloedbeeld. Dat wordt bijvoorbeeld onderzocht bij bleke slijmvliezen, snel moe worden, zwakte, bloedverlies, geelzucht of onverklaarde achteruitgang. Het kan ook passen bij een controle vóór een ingreep of bij opvolging van langdurige ziekte.

De snelheid van verandering is belangrijk. Een dier kan bij een geleidelijk ontstane afwijking minder opvallende klachten tonen dan bij een snelle daling. Neem vorige uitslagen mee en vertel over recente ingrepen, bloedingen, infusen, gebruikte middelen en veranderingen in eten of gedrag. Bespreek bij een onverwacht resultaat wanneer een herhaling nodig is.

Interpretatie met andere waarden

RBC telt cellen; hematocriet beschrijft hun gezamenlijke volumeaandeel. Veel toestellen berekenen de hematocriet uit RBC en de gemiddelde celgrootte, MCV. Met hetzelfde aantal kleinere cellen kan het volumeaandeel dus lager zijn. Een celtelling binnen het interval garandeert daarom niet dat de andere rodebloedcelmetingen normaal zijn. Meer over dat verschil staat bij hematocriet, HCT en PCV.

Hemoglobine beschrijft de concentratie van het zuurstofbindende eiwit. MCV, MCHC en RDW geven aanvullende informatie over celgrootte, hemoglobineconcentratie in de cellen en variatie in grootte. Onlogische combinaties kunnen ook een meetprobleem signaleren.

Reticulocyten zijn jonge rode bloedcellen. Hun absolute aantal helpt beoordelen of het beenmerg voldoende reageert op bloedarmoede. Die reactie heeft na acuut verlies of afbraak enkele dagen nodig; een vroege uitslag zonder duidelijke regeneratie bewijst geen beenmergfalen. Bij katten zijn vooral de aggregate reticulocyten relevant voor de recente reactie.

Het bloeduitstrijkje kan afwijkende celvormen, klontering of parasieten tonen. Eiwitten, bilirubine, nierwaarden en urineonderzoek helpen de mogelijke oorzaken onderzoeken. Witte bloedcellen en bloedplaatjes laten zien of ook andere cellijnen veranderen. Geen enkele combinatie vervangt het onderzoek van het dier.

Valkuilen en staalinvloeden

Voor het bloedbeeld gebruikt men meestal volbloed in een EDTA-buis. Een stolsel kan cellen vasthouden en de telling onbetrouwbaar maken. Het laboratorium kan dan een nieuw staal nodig hebben. Een gedeeltelijk gestold buisje levert geen betrouwbare geruststelling op.

Bij beschadiging tijdens afname of bewaring kunnen rode bloedcellen in het buisje kapotgaan. Daardoor kan RBC kunstmatig dalen. Dat verschilt van hemolyse in het dier. Klontering van rode bloedcellen kan automatische toestellen eveneens misleiden, met een te lage telling en afwijkende celindices. De bloedfilm en toestelmeldingen helpen zulke patronen herkennen. Bij afbraak in het buisje kan de gemeten hemoglobineconcentratie relatief behouden blijven terwijl RBC daalt: het toestel meet dan ook vrijgekomen hemoglobine. Dat verschil vraagt controle van de meting en bewijst geen nieuwe aandoening.

Bewaar- en transporttijd beïnvloeden de cellen: ze kunnen opzwellen of uiteenvallen. Opzwellen verandert vooral de celgrootte en berekende hematocriet; uiteenvallen verlaagt de telling. Ook buisvulling en mogelijke vermenging met infuusvloeistof tellen mee. De praktijk volgt hiervoor de instructies van het uitvoerende laboratorium.

Alarmsignalen

Bel onmiddellijk de dierenarts of spoeddienst bij instorten, ernstige zwakte, benauwdheid, zeer bleek of wit tandvlees, aanhoudende bloeding of snelle achteruitgang. Ook plots wankelen, toevallen of zichtverlies vraagt spoedbeoordeling, zeker bij een bekende sterk verhoogde rodebloedcelwaarde.

Een aanvankelijk normale bloeduitslag sluit een acute bloeding niet uit: cellen en plasma kunnen tegelijk verloren gaan, zodat hun verhouding eerst weinig verandert. Wacht bij ernstige klachten dus niet op een dalende RBC-waarde. Bij een stabiel dier bespreek je een afwijking met de behandelende dierenarts. Begin niet zelf met ijzer of andere middelen op basis van alleen deze telling.

Bronnen

Inhoud en bronnen gecontroleerd op 23 oktober 2026.

Lees ook