Wat te doen bij het Brachycephalensyndroom?

· Bijgewerkt
18 weergaven
Wat te doen bij het Brachycephalensyndroom?

Brachycefaal obstructief luchtwegsyndroom (BOAS) is geen losse “aanval”, maar een combinatie van anatomische vernauwingen bij kortsnuitige honden. Nauwe neusgaten, een te lang of dik zacht gehemelte en secundaire veranderingen in het strottenhoofd bemoeilijken de ademhaling. Hitte, inspanning, stress en overgewicht kunnen plots een crisis uitlokken.

Herken ademnood

Chronisch luid snurken of snuiven is niet automatisch normaal voor het ras. Waarschuwingssignalen zijn toenemende ademarbeid, openmondademhaling in rust, niet kunnen herstellen na geringe inspanning, kokhalzen, blauw-grijze tong of slijmvliezen, wankelen en instorten.

Wat te doen bij een crisis?

Blauw-grijze slijmvliezen, instorten of duidelijke ademnood is onmiddellijke spoed. Bel onderweg naar de dichtstbijzijnde kliniek. Stop inspanning, breng de hond naar een koele en goed geventileerde omgeving, houd hem zo rustig mogelijk en verwijder druk van de hals. Gebruik een tuig en laat de hond de houding kiezen waarin hij het makkelijkst ademt.

Bij oververhitting mag u het lichaam met koel, niet ijskoud water natmaken en ventileren. Wikkel de hond niet in een natte handdoek, want die kan warmte vasthouden. Steek niets in keel of neus, “reinig” de luchtweg niet blind en dwing geen water in de bek.

Onderzoek en behandeling

De dierenarts beoordeelt neusgaten, ademhaling en bijkomende problemen. Voor onderzoek van zacht gehemelte en strottenhoofd is meestal een korte anesthesie nodig. Gewichtscontrole, een tuig, hitte vermijden en aangepaste activiteit helpen, maar corrigeren de anatomische vernauwing niet. Een operatie kan bij geselecteerde honden de luchtstroom en levenskwaliteit verbeteren, vooral vóór ernstige secundaire larynxveranderingen ontstaan.

Lees meer over problemen bij kortsnuitige dieren.

Bronnen