Bij tracheacollaps worden de kraakbeenringen van de luchtpijp zwakker en wordt het membraan aan de bovenzijde slapper. Daardoor kan de luchtpijp tijdens de ademhaling gedeeltelijk dichtklappen. Het is een chronische, progressieve aandoening die vooral voorkomt bij kleine hondenrassen.
Klachten
Typisch is een droge, harde “ganzenhoest”, vaak uitgelokt door opwinding, warmte, inspanning of druk van een halsband. Ook kokhalzen, piepende ademhaling, inspanningsintolerantie en benauwdheid kunnen voorkomen. Overgewicht, rook en andere luchtwegprikkels verergeren de klachten.
Spoed: ga onmiddellijk naar een dierenarts bij duidelijke ademnood, blauw-grijze tong of slijmvliezen, flauwvallen of instorten. Houd de hond onderweg zo rustig en koel mogelijk en oefen geen druk uit op de hals.
Diagnose
Niet elke hoest bij een kleine hond is tracheacollaps. De dierenarts beoordeelt ook hartziekte, bronchitis, infectie en andere luchtwegproblemen. Gewone röntgenfoto’s kunnen helpen, maar missen een dynamische collaps soms. Bewegende röntgenbeelden (fluoroscopie) of een luchtwegonderzoek onder anesthesie kunnen in geselecteerde gevallen meer informatie geven.
Behandeling
Veel honden kunnen medisch worden begeleid met gewichtscontrole, een borsttuig in plaats van een halsband, het vermijden van rook en hitte en door de dierenarts gekozen medicatie. Antibiotica zijn alleen aangewezen als er aanwijzingen voor een infectie zijn.
Bij ernstige klachten die onvoldoende reageren kan een specialist uitwendige ringen of een stent in de luchtpijp overwegen. Zulke ingrepen hebben risico’s en genezen de onderliggende aandoening niet; levenslange opvolging blijft vaak nodig.