Een goede leiband voor je hond

· Bijgewerkt
16 weergaven
De juiste leiband voor je hond

Een geschikte lijn en een goed passend tuig of halsband maken wandelen veiliger en prettiger. Er bestaat geen model dat voor iedere hond het beste is: lichaamsbouw, gezondheid, gedrag en de omgeving bepalen de keuze.

Tuig of halsband?

Een goed passend Y-tuig verdeelt kracht over borst en romp en kan nuttig zijn bij honden die trekken, een kwetsbare luchtpijp hebben of uit een halsband kunnen ontsnappen. De banden mogen de schouders niet blokkeren, in oksels schuren of zo los zitten dat de hond achterwaarts ontsnapt. Controleer de pasvorm regelmatig bij pups en bij gewichtsverandering.

Een vlakke halsband kan geschikt zijn voor identificatie en voor honden die rustig aan een losse lijn lopen. Een pup mag dus wel aan een comfortabele, passende halsband wennen; het is vooral belangrijk dat er geen aanhoudende druk of harde rukken op de nek komen. Bij hoesten, nekpijn, oogproblemen of ademhalingsproblemen bespreek je de keuze met de dierenarts.

Welke lijn?

Voor gewone wandelingen geeft een stevige vaste lijn voldoende controle. Een lange lijn kan op een veilige open plek ruimte geven om te snuffelen, maar bevestig die bij voorkeur aan een tuig en houd afstand van verkeer, fietsers en andere dieren. Wikkel de lijn nooit om handen of benen. Een rollijn kan onverwachte rukken, verstrikking en minder controle geven en is niet geschikt in druk verkeer.

Hulpmiddelen tegen trekken

Een anti-trektuig of hoofdhalster leert op zichzelf geen ontspannen lijnlopen. Een hoofdhalster moet rustig worden aangeleerd en met een veiligheidsverbinding worden gebruikt; een plotselinge ruk kan nekletsel veroorzaken. Stop wanneer de hond in paniek raakt of probeert te ontsnappen.

Vermijd prikbanden, slipkettingen, elektrische halsbanden en rukken aan de lijn. Dergelijke aversieve methoden kunnen pijn, angst en probleemgedrag vergroten. Beloon in plaats daarvan vrijwillig contact, meelopen met een losse lijn en rustig passeren. Begin in een prikkelarme omgeving en bouw moeilijkheid geleidelijk op.

Wanneer hulp vragen?

Laat plotseling trekken, niet willen lopen, manken, hoesten of pijn eerst door een dierenarts beoordelen. Bij angst, uitvallen of agressie is begeleiding door een beloningsgerichte gedragstherapeut of dierenarts met gedragskennis aangewezen.

Bronnen