Castreren of steriliseren van je kat?

· Bijgewerkt
1 weergave
Castreren of steriliseren van je kat?

Bij katten wordt in de omgangstaal vaak gesproken over een kater “castreren” en een kattin “steriliseren”. In de praktijk verwijdert de dierenarts bij beide meestal de geslachtsklieren: de testikels bij een kater en de eierstokken, soms samen met de baarmoeder, bij een kattin. Daardoor kan de kat zich niet meer voortplanten en valt de productie van geslachtshormonen sterk terug.

Waarom wordt de ingreep aangeraden?

De belangrijkste reden is het voorkomen van ongewenste nesten. Eén ontsnapping tijdens de krolsheid kan al tot een dracht leiden. Bij een kattin voorkomt de operatie bovendien baarmoederontsteking en aandoeningen van de eierstokken; een ingreep vóór de eerste krolsheden verlaagt ook het risico op melkkliertumoren. Bij een kater verdwijnen de risico’s op aandoeningen van de testikels.

Hormoonafhankelijk gedrag kan afnemen. Katers gaan doorgaans minder sproeien, zwerven en vechten, en kattinnen worden niet meer krols. Dat effect is niet gegarandeerd: aangeleerd sproeigedrag, angst of agressie kan een andere oorzaak hebben. Een gedragsprobleem verdient daarom altijd een aparte beoordeling.

Wat is een geschikt moment?

Internationale kattenorganisaties adviseren bij katten die niet voor de fok bestemd zijn doorgaans een ingreep rond vier à vijf maanden, dus vóór een mogelijke eerste dracht. Het exacte tijdstip hangt af van gezondheid, gewicht, leefomstandigheden en de werkwijze van de kliniek. Ook een volwassen kat kan meestal nog veilig worden geopereerd na een voorafgaand onderzoek.

Volg voor nuchter houden uitsluitend de instructies van uw eigen dierenarts. Kittens mogen niet automatisch even lang vasten als volwassen katten; een onnodig lange voedselstop kan juist nadelig zijn. Meld vooraf alle geneesmiddelen, supplementen en eerdere reacties op narcose.

Verloop en nazorg

De ingreep gebeurt onder algemene anesthesie en met pijnstilling. Bij katers zijn de wondjes meestal klein. Bij kattinnen gebeurt de operatie via de buik of flank en is de herstelperiode doorgaans iets langer. De kliniek geeft individuele instructies over eten, activiteit, wondcontrole en eventuele medicatie.

Houd de kat na thuiskomst warm, rustig en binnen. Voorkom likken aan de wond met het hulpmiddel dat de dierenarts adviseert. Geef nooit menselijke pijnstillers: onder meer paracetamol en ibuprofen kunnen voor katten levensgevaarlijk zijn.

Neem contact op met de dierenarts bij aanhoudende sufheid, herhaald braken, benauwdheid, hevige pijn, bloeding, een gapende wond, toenemende roodheid of zwelling, of wanneer de kat niet wil eten volgens de termijn die de kliniek heeft meegegeven.

Gewicht na castratie

Na de operatie daalt de energiebehoefte vaak, terwijl de eetlust kan toenemen. Gewichtstoename is dus mogelijk, maar niet onvermijdelijk. Weeg de kat geregeld, geef afgemeten porties en stimuleer dagelijks spel en beweging. Bespreek de lichaamsconditie en de juiste hoeveelheid voer tijdens de controle.

Een individuele afweging

Voor de meeste huiskatten wegen de voordelen van tijdige castratie zwaar. Iedere operatie en narcose heeft echter een klein risico. De dierenarts beoordeelt daarom de gezondheid van de kat en bespreekt het beste tijdstip, de techniek en de nazorg. Katten waarmee mogelijk gefokt wordt, vragen een afzonderlijke afweging rond erfelijke gezondheid en verantwoord fokken.

Medisch herzien op 2 oktober 2026.

Bronnen