Een mastceltumor is een gezwel van mestcellen, afweercellen die onder meer histamine bevatten. Het is een veelvoorkomende huidtumor bij honden, maar het gedrag varieert van lokaal goed behandelbaar tot agressief en uitzaaiend. Aan het uitzicht alleen kan je dat niet bepalen.
Hoe ziet een mastceltumor eruit?
De knobbel kan hard of zacht zijn, behaard of kaal, rustig of rood en gezwollen. Soms wordt hij tijdelijk groter na wrijven of manipulatie doordat mestcellen stoffen vrijgeven. Ook jeuk, een wondje of blauwe verkleuring kan voorkomen. Laat daarom elke nieuwe of veranderende massa onderzoeken, ook als ze op een vetbult lijkt.
Een sterk gezwollen tumor, herhaald braken, zwarte ontlasting, bleek tandvlees, zwakte of instorten vraagt dezelfde dag veterinaire hulp. Zulke tekenen kunnen passen bij een ernstige histaminereactie of maag-darmbloeding.
Hoe stelt de dierenarts de diagnose?
Vaak geeft een dunne-naaldpunctie al een cytologische diagnose. Voor de definitieve beoordeling na verwijdering is histopathologie belangrijk. Het verslag beschrijft onder meer tumortype, snijranden, mitotische activiteit en graad.
Voor huidmastceltumoren worden twee systemen gebruikt: Patnaik (graad 1, 2 of 3) en Kiupel (laag- of hooggradig). Vooral “graad 2” is geen uniforme prognose. Graad is bovendien iets anders dan stadium: het stadium beschrijft waar de ziekte zich in het lichaam bevindt.
Is onderzoek naar uitzaaiingen altijd nodig?
Niet elke kleine, traag groeiende tumor vereist dezelfde onderzoeken. Plaats, grootte, groeisnelheid, cytologisch of histologisch risico en algemene toestand bepalen welke stadiëring zinvol is. De regionale lymfeklier kan afwijkende cellen bevatten zonder zichtbaar vergroot te zijn en wordt bij risicopatiënten gericht bemonsterd. Aanvullend bloedonderzoek en beeldvorming worden selectief gekozen.
Behandeling
Volledige chirurgische verwijdering is vaak de eerste keuze bij een operabele lokale tumor. De benodigde marge wordt afgestemd op tumor en locatie; “zo breed mogelijk” is niet voor elke tumor hetzelfde. Wanneer de tumor niet volledig verwijderd kan worden of een hoger risico heeft, kunnen een tweede operatie, radiotherapie, chemotherapie of een tyrosinekinaseremmer worden besproken.
Medicatie tegen de effecten van histamine kan ondersteunend nodig zijn, maar geneest de tumor niet. Welke combinatie passend is, wordt individueel bepaald, zo nodig samen met een veterinair oncoloog.
Prognose en opvolging
De prognose hangt af van meer dan één label: graad, plaats, mitotische activiteit, snijranden, lymfeklierstatus, eventuele uitzaaiingen en respons op behandeling tellen mee. Vraag om een kopie van het pathologieverslag en een duidelijk controleplan. Controleer thuis maandelijks de huid en laat nieuwe knobbels opnieuw bemonsteren; een hond kan meerdere, biologisch verschillende mastceltumoren ontwikkelen.