Krabben is normaal kattengedrag. Katten rekken daarbij hun lichaam, verzorgen de buitenste laag van hun klauwen en laten zichtbare en geurmarkeringen achter. Een goede krabplek is dus geen luxe en “ongewenst” krabben is geen stout gedrag.
Welke krabplek kiest een kat?
Voorkeuren verschillen. Bied daarom zowel een hoge verticale als een horizontale of schuine krabber aan, met materialen zoals sisal, karton, hout of stevig textiel. Een verticale paal moet stabiel zijn en hoog genoeg dat de kat zich volledig kan uitstrekken zonder dat hij wiebelt.
Plaats krabmogelijkheden waar de kat ze nodig heeft: naast favoriete slaapplaatsen, bij doorgangen of ramen en pal vóór een meubel waar al wordt gekrabd. In een huishouden met meerdere katten zijn verspreide krabplekken belangrijk zodat geen kat de toegang kan blokkeren.
Zo stuur je het gedrag
Beloon onmiddellijk wanneer de kat de gewenste krabber gebruikt, met voer, spel of aandacht die zij waardeert. Kattenkruid kan bij gevoelige katten helpen. Bescherm het meubel tijdelijk met een passende hoes en plaats de nieuwe krabber er direct bij. Verplaats hem pas geleidelijk nadat de gewoonte is gevormd.
Roepen, water spuiten of lichamelijk straffen verhoogt stress en leert niet waar wél gekrabd mag worden. Ontklauwen is een amputatie, geen nagelknip, en kan acute en chronische pijn en gedragsproblemen veroorzaken.
Nagels en gezondheid
Krabben helpt bij normaal klauwonderhoud maar garandeert niet dat nagels nooit te lang worden. Controleer vooral bij seniors, polydactyle katten en katten met artrose alle klauwen geregeld. Een oudere kat kan wegens pijn overstappen van een verticale naar een lage horizontale krabber. Plots veel meer krabben kan op spanning wijzen; plots minder krabben, springen of strekken kan een teken van pijn zijn en verdient onderzoek.